PostScript: Op zoek naar duidelijkheid over de nieuwe NEN-norm, en wat het betekent voor jouw automaten

HS geen lucht

 

Er is een nieuwe norm uitgebracht door de EU voor ademapparatuur, de NEN EN 250:2014, en de meningen over de waarde daarvan zijn verdeeld. Olivier ging op zoek naar duidelijkheid – wat betekent het nou echt? Lees over zijn zoektocht, en welke conclusies hij trekt over jouw automaten.

 

De meningen verdeeld

Er is weer reuring in het duikerswereldje. Er is een nieuwe norm uitgebracht door de EU (European Standard – CEN) voor ademapparatuur. En er is overal in de EU, en ook onder de leden van de NOB, verdeeldheid over de consequenties. Een deel van de duikwereld meent dat er nu alleen nog met dubbele eerste trappen mag worden gedoken, een deel meent dat dubbele eerste trappen slechts een advies betreft en dus volledig kan worden genegeerd, en een deel meent dat de norm helemaal niet voor duikers bedoeld is en dat er dus niet over gecommuniceerd hoeft te worden. Maar hoe het echt zit, wordt niet duidelijk.

Levensbelang

Iedereen lijkt elkaar vooral zeer selectief na te praten. Het is ingewikkeld en een bedreiging voor de status quo. Dan wint meestal het simplisme waarbij wie het hardst schreeuwt, het pleit wint. Echter, in dit geval gaat het om de grenzen van je eigen ademapparatuur. Die zijn in de meest letterlijke zin voor jou van levensbelang.  Die grenzen moet je zelf willen kennen, zodat je er zelf naar kan handelen. Vandaar dit stuk.

NB: dit artikel is voorzien van voetnoten. Elke voetnoot verwijst naar dezelfde pdf – je kunt volstaan met eenmaal te klikken en steeds het betreffende nummer op te zoeken.

Waar gaat het over? De nieuwe eisen

Ademapparatuur voor duiken mag in Europa alleen worden verkocht als deze is voorzien van een CE EN 250:2014 keur. De norm is niet openbaar (moet gekocht worden) en daarmee nooit van toepassing voor consumenten. De keur behelst dat de apparatuur moet voldoen aan een door de EU opgestelde norm, in Nederland beschikbaar via de NEN, onder ICS 13.340.30 april 2014. Zoals je aan de datum kan zien is de huidige norm van vrij recente datum.

In de oude norm moesten de eerste trap en de tweede trappen aan bepaalde eisen voldoen. Of je uitrusting geschikt was voor een bepaalde duik werd bepaald door de limieten van de losse, primaire, componenten; de eerste trap en de (primaire) tweede trap. Die eisen in de nieuwe norm CE EN 250:2014 zijn niet heel veel veranderd. Wel is er bij gekomen dat er nu ook eisen worden gesteld aan de combinatie van de componenten. En dan specifiek  aan de configuratie met een alternatieve luchtvoorziening of Octopus.  

Onderzoek: oude norm faalt bij octopus-configuratie

Al in 2005 kwam, in een (heel lezenswaardig) onderzoek van de Britse Health and Safety Executive (1) over de octopus-configuratie (2), naar voren dat ademapparatuur waarvan de losse componenten wel voldeden aan de oude EN 250 norm, niet kan worden vertrouwd in octopus-configuratie. Onderstaande punten kwamen in dit onderzoek naar voren:

  • ondanks dat de losse componenten van een octopus-configuratie voldoen aan de CE normering, is die garantie er niet in gecombineerd gebruik;
  • als twee duikers dicht bij elkaar zijn, bijvoorbeeld wanneer ze uit dezelfde set ademen, gaat op een gegeven moment hun ademhaling synchroon lopen – er wordt op dat moment het maximale van de ademapparatuur geeist;
  • er zijn octopus-configuraties in omloop waarvan eerste trappen met een lage performance en/of tweede trappen van lage kwaliteit onderdeel uitmaken, in verschillende combinaties.

Op basis van het onderzoek wordt vervolgens (onder meer) de aanbeveling gedaan om voor de alternatieve luchtvoorziening een geheel onafhankelijke eerste en tweede trap te gebruiken. (3)

De veranderingen: limitaties voor gebruik door twee personen

Nu weer terug naar 2014. In de nieuwe CE norm (4) wordt aangegeven dat CE EN 250:2014 gecertificeerde ademapparatuur in de configuratie: een eerste trap met een primaire en secondaire (octopus) tweede trap, niet geschikt is voor gebruik door twee personen onder de 30 meter en kouder dan 10 graden.(5) Kouder kan, maar dan moet het wel door de leverancier expliciet zijn vermeld, refererende aan de nieuwe norm 250:2014,(6) alhoewel dit tegelijk wordt afgeraden.(7) Je kan gecertificeerde apparatuur herkennen aan hun gestandaardiseerde markering.(8)

De norm gaat echter nog een stap verder: er staat zelfs in dat alleen CE EN 250:2014 gecertificeerde apparatuur gebruikt mag worden door twee personen.(9) Op grond hiervan is geen enkele octopus-configuratie zonder nieuwe keur nog geschikt om lucht te delen.

Voor fabrikanten of ook voor duikers?

De norm is opgesteld voor de fabrikanten van ademapparatuur: als leveranciers van ademapparatuur niet aan deze norm voldoen, is de apparatuur niet gecertificeerd en mag het niet in Europa worden verkocht.(10) Maar: aangezien ook in de norm vrij precies wordt bepaald wat de fabrikanten aan de consumenten moeten vertellen over hun apparaten, heeft de aangepaste norm dus wel effect voor ons als duiker. De leverancier is namelijk verplicht de grenzen aan te geven waarbinnen de apparatuur veilig gebruikt mag worden. 

Je zou kunnen stellen dat wij, duikers met een gecertificeerd brevet, ook gecertificeerde gebruikers van duikmateriaal zijn. Dan hebben wij een zorgplicht om ons te verdiepen in de werkingen en limieten van ons materiaal.(11) Bekijk de laatste handleiding van je fabrikant. Scubapro (p3) en Cressi (p92) hebben de normen letterlijk overgenomen. Apeks geeft garanties die verder gaan dan deze norm.

Je apparatuur onder de oude norm

Nu gebruiken de meesten van ons nog apparatuur die geproduceerd is onder de oude norm. Hier zijn bij aanschaf nog geen uitspraken gedaan over het gecombineerd gebruik van de octopus en primaire apparatuur. In het kader van productaansprakelijkheid blijft fabrikant gerechtigd informatie aan te passen. En in dit geval betreft het aanvullende veiligheidsinformatie. De norm heeft hier zelfs in voorzien. Niet alleen vervangt de nieuwe norm de oude,(12) de fabrikant moet in haar uitingen (website) ook een waarschuwing geven dat alleen apparatuur getest en gemarkeerd volgens de eisen van de nieuwe norm gebruikt mag worden met een octopus-configuratie.(13)

Als duikers zijn wij aangewezen op de informatie die de fabrikant, in al haar wijsheid, ter beschikking stelt. Ook als deze niet conform de regels van de CE normering lijken te zijn. Verwacht dat al deze uitingen een afweging zijn tussen juridische aansprakelijkheid en marketingbelangen. Dit leidt tot verschillende standpunten van fabrikanten.

Twee voorbeelden: Scubapro en Apeks

Scubapro vermeldt de nieuwe eis expliciet op pagina 3 van hun algemene handleiding. “Only SCUBA complying with EN250:240 and marked EN250A or EN250A>10C may be used as an escape device by more then one diver at the same time.” Volgens deze fabrikant mag je alle oudere apparatuur dus niet meer gebruiken in een octopus-configuratie.  Een andere fabrikant,  Apeks, doet een expliciete uitspraak voor hun XTX series (14) die voorbij de grenzen van de norm zijn getest. Het is uit de tekst op hun website niet duidelijk op te maken of deze limieten ook van toepassing zijn voor apparatuur van vóór 2014. Apeks XTX mag je volgens de leverancier in een octopus-configuratie gebruiken tot 50 meter en in ongedefinieerd koud water.(15)

Wat moeten wij met deze informatie en deze limieten? 

Als je een octopus meeneemt voorbij de limieten van de octopus of de octopus-configuratie, dan heb je voorbij deze limieten geen (bruikbare) octopus. Behoudens lessituaties en clubduiken, ben je als duiker niet verplicht een octopus mee te nemen. Er is geen wet of regelgeving die je hiertoe verplicht, noch is er een onderwaterpolitie die hierop toeziet. Wel loop je het risico aansprakelijk te worden gesteld als jij en/of je buddy in de problemen komen door apparatuur die je gebruikt voorbij de door de fabrikant gestelde limieten van de apparatuur, en waarvan je als ervaren en gebrevetteerd duiker verondersteld wordt op de hoogte te zijn. Dieper en kouder neemt de werking en de garantie van de fabrikant ten aanzien van octopus-configuraties af.

Belang van een goed functionerende octopus

Nu kan je prima duiken zonder octopus. Mits je niet dieper gaat dan een meter of 4 in een zwembad en je ruim binnen je nultijden blijft. Immers, met een paar trappen ben je boven en door het geringe drukverschil zal je niet snel last krijgen van een te snelle opstijging. Ga je dieper, dan loop je een grotere kans op een “out of air” situatie en door kouder water (spronglagen) loop je ook een grotere kans op technische problemen, zoals een aantal jaar geleden een akelig ongeval in Hemmoor liet zien.(16) Als je dieper gaat dan die 4 meter, ben je ook niet in een paar trappen boven. Je zal ook veel meer op je opstijgsnelheid moeten letten om decompressieproblemen te voorkomen, en misschien wel decompressiestops moeten maken als je voorbij je nultijd bent. Dieper en kouder neemt het belang van een goed functionerende alternatieve luchtvoorziening toe.

Er is een omgekeerd evenredig verband tussen het belang van een alternatieve luchtvoorziening en de werking van een octopus-configuratie. Het werk wel als je het niet nodig hebt en het werkt niet als je het wel nodig hebt.

Maak de afweging

Omdat er, behoudens lessituaties en clubduiken, geen wettelijk verplichting is voor een octopus, is het een afweging door jou én je buddy voorafgaand aan de duik om een duik te maken waarbij een of beide duikers (een deel van) de duik zonder of zonder goed functionerende octopus duikt. Bedenk tevens dat er leveranciers zijn die hebben aangegeven dat een octopus-configuratie alleen nog maar mag worden gebruikt met apparatuur met de nieuwe markering! Je moet die afweging dus al maken als je met je buddy een duikje wilt maken in het zwembad.

Duiken buiten de limieten van je apparatuur

Zoals eerder gesteld moeten jij en je buddy beseffen dat je GEEN alternatieve luchtvoorziening hebt als je buiten de limieten van apparatuur duikt. Maar het is erger. Als je toch buiten de limieten van je octopus-configuratie duikt en je komt in een noodsituatie en gaat dan met twee personen via één set ademen, dan kan deze set mogelijk het verbruik niet aan. Beide duikers krijgen veel minder lucht of zelf helemaal geen lucht meer (bevriezing).(17) En dan heb je twee slachtoffers.(18) Nog los van alle emotionele schade, zou je (al kunnen de duik-reglementen je als individueel duiker niets opleggen) mogelijk strafrechtelijk enige vorm van schuld ten lasten kunnen worden gelegd. Zeker als je bewust was van de risico’s en je je buddy hiervan niet op de hoogte hebt gesteld.

De instructeur en de leerling

Binnen de interpretatie van de NOB (19) vallen NOB instructeurs en leerlingen onder de ARBO-wet en NOB verenigingen moeten worden beschouwd als Service Provider. Dat heeft nogal consequenties.

De NOB heeft hier een prachtig proza over geschreven.(20)

  • Als instructeur (en leerling!) ben je volgens de ARBO wet verplicht te beschikken over een alternatieve luchtvoorziening.(21)
  • De les en het materiaal moeten aansluiten bij de laatste stand van kennis (22) en
  • het materiaal en uitrusting moeten deugdelijk en in goede staat van onderhoud verkeren.(23)
  • Als je verplicht bent te duiken met een alternatieve luchtvoorziening, dient deze te functioneren en correct te worden gebruikt. Buiten de door de leverancier aangegeven limieten van je materiaal is je duikuitrusting niet geschikt voor die duik.(24)

Dat betekent concreet en op basis van de regels in de ARBO wet dat je als instructeur de limieten moet kennen van je eigen apparatuur en die van de leerling. Dat is vrij eenvoudig. Als de apparatuur voorzien is van de 250:2014 markering, volg je deze markering.(25) Als de apparatuur niet voorzien is van deze markering is de apparatuur NIET geschikt voor een octopus-configuratie in ALLE gevallen tenzij het een Apeks eerste en tweede trap is. Voor Apeks gelden de limieten vermeld op hun website.

Dit is geen advies, maar een logische eis en consequentie van het nieuwe CE keur waar de apparatuur aan moet voldoen en van de regels van de Arbowet waar zowel instructeur als leerling aan moet voldoen. 

De vereniging

De bond heeft bepaald dat verenigingen Service Providers zijn volgens CE EN14467:2004. In deze norm staat dat ook de uitrusting van de personen die begeleiden, bijvoorbeeld namens instructeurs en vereniging met duikers in opleiding gewenningsduiken maken, moeten voldoen aan de uitrustingseisen zoals gesteld voor instructeurs. Je moet dus een werkende (gebruik binnen de limieten van de fabrikant) alternatieve luchtvoorziening hebben en de vereniging moet daarop toezien. Ook uitrusting die worden geleend/gehuurd van de vereniging moeten voldoen aan de minimale eisen van de duik. Wij zijn verplicht de lener/huurder te adviseren over de limieten die de fabrikant heeft gegeven.

…en de NOB?

De NOB zou leidend moeten zijn in deze discussie en heeft vooralsnog (december 2014)  gemeend dat het gebruik van een gescheiden systeem slechts een advies is. Dat dit slechts een advies is, is nergens op gebaseerd. Niet op de tekst van de CE norm 250:2014, niet op de tekst van de fabrikanten en niet op de ARBO wet. Desondanks wil de bond niet verder gaan dan een advies. De Nederlandse volksaard vertaalt dit als: “Het is slechts een advies en dus volg je het (juist daarom) niet op.”

Vooralsnog onderbouwt de NOB haar advies alleen met haar eigen lesboeken (2ster en 3ster uit 2006 en het Droogpak uit 2014) en de NOB ziet geen reden een andere stelling in te nemen. De NOB doet niet mee met een discussie over dit onderwerp in een besloten NOB instructeursgroep.

Maar om eerlijk te zijn: de NOB is ook geen partij. Wij als gebrevetteerd duikers en instructeurs moeten ons op de hoogte blijven stellen van de laatste informatie over ons materiaal. We bevinden ons onderwater in een uiterst vijandige situatie. We zouden nooit buiten de limieten van ons materiaal moeten willen duiken. Niet alleen omdat we ons daarmee in een uiterst ondoorzichtig juridisch schootsveld plaatsen, maar ook omdat we na het duiken gewoon weer levend naar huis willen. Het is compleet onzinnig een veiligheidsinstructie van de fabrikant van je ademapparatuur te negeren en hiermee je eigen leven en het leven van je buddy of cursist op het spel te zetten.

En nu? De conclusies op een rij

Mijn conclusies mogen geen verrassing meer zijn. In bovenstaand verhaal zijn ze duidelijk naar voren gekomen. Maar ik zet ze nog even voor je op een rij:

  1. Bekijk de limieten van je ademapparatuur op de website van de fabrikant. Handel ernaar en blijf binnen de limieten van je eigen apparatuur. Wees je ervan bewust dat de meeste fabrikanten octopus-configuraties alleen nog ondersteunen met een CE EN 250:2014 markering.
  2. Als je geen nieuwe markering hebt, geldt voor elke fabrikant anders dan Apeks dat een octopus-configuratie voor jouw type ademapparatuur expliciet IN ALLE SITUATIES niet meer wordt ondersteund. Kies dan gescheiden apparatuur en koop een dubbele kraan en een extra eerste trap of een geheel nieuwe set met de juiste markering.
  3. Ben je instructeur of leerling, of begeleid je duikers namens de vereniging, dan heb je geen keus. Je moet een alternatieve luchtvoorziening hebben en deze moet functioneel zijn; binnen de limieten aangegeven door de fabrikant.

En, last but not least: laat je niet verleiden deze conclusies naast je neer te leggen omdat er wordt geschermd met het feit dat de norm geen wet is en het ‘slechts’ een advies betreft. Het gaat om jouw eigen veiligheid – en die van je buddy.

—-

Dit artikel is overgenomen van duikvereniging LOV Calypso.
Olivier van der Post schrijft geregeld een column in de Calypso Online over duiken: de PostScripts. Alle PostScripts zijn columns op persoonlijke titel van Olivier. De columns zijn bedoeld om de discussie uit te lokken. LOV Calypso

 

                    noblogo